Snoeibeschrijving -

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Snoeibeschrijving

Informatie





HET PLANTEN VAN ROZENSTRUIKEN (zonder kluit)
- maak het plantgat zo diep en breed dat de wortels vrij hangen.
- zet de roos in het plantgat en strooi hier een flinke hoeveelheid rozenpotgrond in (± 5-10 ltr) één/
twee handen vol Vivisol.
- terwijl we de rozenstruik flink aantrappen, trekken we hem voorzichtig op de gewenste hoogte. Het veredelingspunt
moet hierbij gelijk of net onder het oppervlak liggen. Eventueel water geven.
- om de struik tegen droge en schrale wind/vorst te beschermen kunt u de veredelingsplaats aanaarden.
Dit dient in het voorjaar wel verwijderd te worden zodat het zonlicht kan inwerken op de struik.

De struiken die wij in het najaar leveren zijn reeds gesnoeid. Deze dienen  in het  EERSTVOLGENDE voorjaar (maart) teruggeknipt te worden tot een hoogte van ongeveer 10 cm. boven de grond. Ook klimrozen.
Dikke takken iets hoger afknippen en dunne takken iets lager. De losgewortelde struiken die wij in het voorjaar leveren dient u ook terug te snoeien  tot 10 cm. boven de grond. Zie ook “snoeien in het voorjaar”. U ziet dat de eerste snoeibeurt korter is dan alle andere jaren.
N.B. Wanneer u gaat planten op een plaats waar al rozen hebben gestaan, dient u voor elke struik een plant-gat van 50 cm. diep en 50 cm. breed te graven. De uitgegraven grond wordt verwisseld met aarde van elders.

HET PLANTEN VAN ROZENSTRUIKEN (met kluit)
Bij het planten van rozenstruiken met kluit dient u er voor te zorgen dat de kluit onder alle omstandigheden heel blijft. In de maanden maart en april kunt u de pot het beste open snijden: eerst de bodem wegsnijden daarna in de lengte aan weerszijde doorsnijden, de pot er nog omheen laten zitten en voorzichtig in het plantgat zetten. Het plantgat hebt u al voorbereid door de grond onder de kluit te mengen met rozenpotgrond of een grondverbeteraar. Vervolgens het plantgat aanvullen met aarde die je met de hand goed aandrukt en daarna trekt u de twee helften van de pot er langzaam uit. Eventueel water geven.  
Vanaf mei zijn de struiken meestal dermate goed doorgeworteld dat de pot eraf gehaald kan worden zonder deze kapot te hoeven snijden. Even zachtjes over de buitenkant van de pot wrijven, hand eronder houden en voorzichtig de kluit eruit schudden. Houd de kluit heel wanneer u hem op de plaats van bestemming zet. Aandacht besteden aan de grond (zie boven). Eventueel water geven.

HET BEMESTEN VAN ROZENSTRUIKEN.
Wilt u optimaal genieten van uw rozenstruiken, dan adviseren wij u om goede rozenmest te gebruiken want een gezonde struik levert niet alleen meer bloemen maar is ook beter opgewassen tegen ziekten en plagen.
Naast de rozenmest tevens een paar keer per jaar een grondverbeteraar met de nodige spoorelementen en mineralen gebruiken ter bevordering van het bodemleven.

ZIEKTEN
Rozen kunnen worden aangevallen door parasieten, insecten of schimmels. Een ernstige aantasting door een schimmel kan de plant zo verzwakken dat de gevolgen nog jaren zichtbaar zijn. Deze schade kan aanzienlijk worden beperkt indien men de voornaamste symptomen vroegtijdig onderkent en onmiddellijk de vereiste maatregelen neemt. U kunt natuurlijk ook preventief te werk gaan.
De meest voorkomende ziekten zijn:
- sterroetdauw bruin/paarse vlekken op de onderste bladeren; de bladeren vergelen en vallen af
- meeldauw een witte of grijze poederachtige waas op de bladeren of onder de knoppen;
- roest oranje of zwarte roestpuntjes aan de onderkant van het blad.
- luis bladluizen kunnen allerlei kleuren hebben: groen, rood, grijs of bruinachtig;
- rupsen/kevers       kleine gaatjes in het blad of gekartelde bladranden.
 
Voor een juiste bestrijding van deze ziekten kunt u altijd bij ons terecht.

SNOEIEN IN HET NAJAAR
In het najaar kan men volstaan met de trossen uitgebloeide bloemen royaal af te knippen.

SNOEIEN IN HET VOORJAAR
Het snoeien begint eind februari of begin maart. Tijdens vorstperioden moet snoeien zoveel mogelijk vermeden worden. Het snoeien is minder moeilijk wanneer u weet met welke rozenstruik u te maken heeft.  Hieronder volgt een overzicht.
- Grootbloemige rozen en trosrozen.
Om te beginnen bestaat het snoeien uit het verwijderen van het dode hout. Het hart van de struik heeft de grootste hoeveelheid licht en lucht nodig, zodat alles verwijderd dient te worden wat daarvoor in de weg staat (dus ook binnen¬waarts gerichte takken). We zorgen er verder voor dat er 3, 5 of max. 7 takken naar buiten gericht zijn. Al de overige takken, als eerste de oudste, worden tot aan de voet afgeknipt. De nu nog aanwezige takken worden tot ± 15 cm (voor dunne takken) en tot 25 cm.(voor dikkere takken) teruggesnoeid.
Het snoeien gebeurt ongeveer 5 mm. boven een buitenoog. Let erop dat het snoeien schuins gebeurt en parallel loopt met het oog. Bij aankoop van een nieuwe struik snoeit u het eerste voorjaar dieper.
- Miniatuurrozen.
Zwakke loten verwijderen. Krachtige takken die de symmetrie van de struik kunnen verstoren, dienen eveneens aan de voet te worden afgeknipt. De overige takken worden matig gesnoeid. (tot 10-15 cm.)
- Klimrozen.
Hierin onderscheiden we twee groepen.
1. De niet-doorbloeiende: deze bloeien op de takken van het vorig jaar (dus deze takken niet wegknippen).  De struik fatsoeneren. Eventueel kan een flinke snoeibeurt gedaan worden gelijk na de bloei.
  2. De doorbloeiende: deze bloeien op de takken van hetzelfde jaar. Deze struiken moeten worden
opgebouwd uit lagen d.w.z. dat u vanaf het tweede jaar iedere tak met circa eenderde inkort. Dikke takken
iets minder terugsnoeien en dunne of oude takken iets meer. Probeer het snoeiwerk te verdelen over de
totale hoogte van de struik, te beginnen bij 20 of 30 cm. boven de grond.
De takken zoveel mogelijk horizontaal gespreid, niet te strak, vastzetten met vlakke bindstrips.
Bevroren toppen altijd terugknippen tot het witte hout. Kleine zijtakjes inkorten tot een paar centimeter.
Oude takken, herkenbaar aan de bruine houtige kleur, met weinig jonge zijtakken kunnen zelfs afgeknipt worden tot aan de voet of vlak boven een jonge zijtak.
- Engelse rozen.
Op deze rozen kunt u dezelfde snoeiwijze toepassen als op grootbloemige. De hoge Engelse soorten mogen hoger gesnoeid worden, mits de takken stevig genoeg zijn.
- Botanische, oude, heester, parkrozen en bodembedekkers.
Deze snoeiwijze is nagenoeg gelijk aan de snoei bij klimrozen met als uitzondering dat de takken niet vastgezet worden. De lagere doorbloeiers snoeit u op dezelfde manier als de grootbloemige of trosrozen.
- Stamrozen.
Op dezelfde wijze als grootbloemige en trosrozen maar iets minder diep terugsnoeien. Probeert u vooral op de vorm te letten.
- Treurrozen.
Deze snoeiwijze is nagenoeg gelijk aan de snoei bij klimrozen. Probeer ook hier op de vorm te letten.

SNOEIEN IN DE ZOMER.
Uitgebloeide doorbloeiende rozen dient u terug te knippen tot het eerste volwassen blad. Bij de meeste soorten betekent dit 5 of 7 zijblaadjes. Uitgebloeide rozenstruiken die grote bloemen leveren, struiken waarvan u de hoogte enigszins wilt beperken of struiken die ziektegevoelig  zijn, kunt u na de EERSTE bloei veel dieper terugsnoeien. Eventueel tot een paar centimeter boven de voorjaarssnoei.


 
 
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu